Ontslag op staande voet, en dan tóch een transitievergoeding van € 52.000,-

Inhoudsopgave

Ontslag op staande voet: recht op transitievergoeding?

Ontslag op staande voet. Voor veel werkgevers voelt dat als het zwaarste middel, maar ook als een duidelijke eindstreep. Dienstverband voorbij, geen loon meer en ook geen vergoeding betalen. Althans, dat is vaak de gedachte.

De praktijk is weerbarstiger. In een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam kreeg een werknemer rechtsgeldig ontslag op staande voet, maar moest de werkgever alsnog ruim € 52.000 aan transitievergoeding betalen. Dat voelt tegenstrijdig. Toch is het juridisch volkomen verklaarbaar. En precies daar gaat het vaak mis.

Ontslag op staande voet is niet automatisch geen transitievergoeding

De kern van het misverstand zit in de gedachte dat een rechtsgeldig ontslag op staande voet automatisch betekent dat de werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding. Dat klopt niet.

De wet is helder. Op grond van artikel 7:673 lid 7 BW vervalt de transitievergoeding alleen als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Dat is een hoge drempel. Hoger dan de drempel voor een dringende reden.

Met andere woorden, een ontslag op staande voet kan juridisch volledig terecht zijn, terwijl het gedrag van de werknemer nét niet ernstig verwijtbaar genoeg is om de transitievergoeding te laten vervallen.

Deze zaak laat dat pijnlijk duidelijk zien

In deze zaak ging het om een werknemer met een zeer lange staat van dienst. Hij werd ontslagen omdat hij structureel uren registreerde terwijl hij niet aanwezig was. Uit camerabeelden bleek dat de werknemer in een periode van drie weken, verspreid over meerdere dagen, in totaal ruim 41 uur niet aanwezig was tijdens zijn reguliere werktijden. Tegelijkertijd had hij deze dagen in het tijdregistratiesysteem wel als volledig gewerkte dagen geregistreerd. De werknemer voerde aan dat hij zijn afwezigheid compenseerde door buiten openingstijden te werken, maar kon dat onvoldoende onderbouwen.

De kantonrechter vond dat voldoende voor een dringende reden. Het ontslag op staande voet hield stand.

Maar daarmee was de discussie niet klaar. De werkgever stelde zich op het standpunt dat dus ook geen transitievergoeding verschuldigd was. De rechter dacht daar anders over.

Hoewel sprake was van verwijtbaar handelen, vond de kantonrechter het volledig onthouden van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Doorslaggevend waren onder meer het jarenlang vlekkeloze dienstverband en de zware persoonlijke en financiële gevolgen van het ontslag.

Resultaat, ontslag rechtsgeldig, maar toch een transitievergoeding van ruim € 52.000,- bruto.

Tot slot

Deze uitspraak onderstreept nog maar eens hoe scherp het onderscheid is tussen een dringende reden en ernstig verwijtbaar handelen. Ontslag op staande voet blijft maatwerk. En duur maatwerk, als het misgaat.

Overweeg je een ontslag op staande voet? Win altijd vooraf juridisch advies in. Dat voorkomt verrassingen achteraf.

Vragen over ontslag op staande voet of de transitievergoeding?
Neem dan gerust contact op met Dorien Zwart, Claudia van Hooff of één van onze andere specialisten.

 

Bronnen:

Rechtbank Amsterdam 23 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2025:9726

De inhoud van deze blog is actueel op de datum van publicatie, maar het recht is voortdurend in beweging. Voor de meest recente juridische inzichten, neem gerust contact op met ons kantoor via [email protected] of 020 – 676 2500.

Deel deze blog: