Temper-werkers zijn uitzendkrachten: vakbonden winnen principiële zaak in hoger beroep

Inhoudsopgave

Soms duurt het even voordat je gelijk krijgt. In eerste aanleg verloren de vakbonden FNV en CNV de zaak tegen Temper nog. De rechtbank Amsterdam oordeelde toen dat de werkers via Temper geen uitzendkrachten waren. In hoger beroep is dat oordeel volledig gekanteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat tussen Temper en de werkers wél sprake is van een uitzendovereenkomst. Namens de vakbonden voerden wij deze procedure. Daarmee is dit voor ons niet zomaar één van de vele uitspraken over platformwerk.

Platform of uitzendbureau?

Temper presenteert zich als een online platform waar werkers — door Temper “Freeflexers” genoemd — zelf klussen kunnen kiezen bij opdrachtgevers, bijvoorbeeld in de horeca, retail, logistiek en schoonmaak. Volgens Temper zijn deze werkers zelfstandige ondernemers. De vakbonden hebben daar vanaf het begin anders naar gekeken. Wie via Temper werkt, kiest misschien zelf een klus uit, maar werkt vervolgens binnen de organisatie van de opdrachtgever, op een bepaald tijdstip, tegen een bepaalde vergoeding en onder praktische instructies van die opdrachtgever. In de praktijk lijkt dat veel meer op uitzenden dan op zelfstandig ondernemerschap.

Die kern stond ook centraal tijdens de zitting in hoger beroep. Het was geen korte of vrijblijvende behandeling. De zitting duurde ongeveer zes uur en ging er stevig aan toe. Dat is ook niet vreemd. De zaak ging namelijk niet alleen over juridische kwalificaties, maar over een principiële vraag: mag een platform door slimme contracten en digitale vormgeving arbeidsrechtelijke bescherming buiten beeld plaatsen? Of kijkt de rechter uiteindelijk door die vorm heen naar wat er feitelijk gebeurt?

Rechters kijken naar de praktijk

Het hof doet dat laatste. Belangrijk is dat het hof Temper niet ziet als een neutraal digitaal prikbord, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Marktplaats. Temper is volgens het hof nauw betrokken bij de manier waarop de contractuele verhouding tussen werker, opdrachtgever en Temper tot stand komt. Ook speelt Temper een belangrijke rol bij de wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitbetaald.

De uitspraak is daarmee een belangrijke overwinning voor platformwerkers. Het hof verklaart voor recht dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en alle werkers die werkzaamheden verrichten of hebben verricht via Temper.

Een treffend detail is de berichtgeving van Temper na de uitspraak. Werkers ontvingen na de uitspraak een bericht waarin Temper aangaf dat de uitspraak volgens haar niet klopt, dat zij overweegt in cassatie te gaan en dat het team van Temper voor de werker klaarstaat. Dat is op zichzelf natuurlijk haar goed recht. Tegelijkertijd is het ook veelzeggend: dit is precies niet de reactie die je zou verwachten van een volledig neutraal digitaal prikbord dat zich niet met de arbeidsrelatie bemoeit.

Grote gevolgen

De uitspraak kan grote financiële gevolgen hebben voor mensen die via Temper hebben gewerkt. Bij uitzendwerk horen immers werknemersbescherming en arbeidsvoorwaarden die bij zelfstandig ondernemerschap vaak ontbreken, zoals vakantiegeld, bescherming bij ziekte en pensioenopbouw. Ook de terugbetaling van de € 1,- per gewerkt uur kan voor voormalige Temper-werkers van belang zijn.

De betekenis van dit arrest reikt verder dan Temper alleen. Platformwerk is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Daarbij wordt vaak gewezen op vrijheid en flexibiliteit. Die vrijheid kan voor werkers aantrekkelijk zijn. Maar flexibiliteit mag niet betekenen dat alle risico’s – ziekte, arbeidsongeschiktheid, inkomensonzekerheid en pensioen – eenzijdig bij de werker worden neergelegd. De kern van het arbeidsrecht is juist dat wie werkt als werknemer of uitzendkracht, ook de bescherming moet krijgen die daarbij hoort.

Voor FNV en CNV is dit arrest daarom meer dan een procesoverwinning. Het is een bevestiging dat nieuwe digitale vormen van werk niet buiten het arbeidsrecht staan. Een app verandert een werknemer niet zomaar in een ondernemer.

Veel aandacht in de pers

Het belang van deze uitspraak blijkt ook uit de massale persaandacht. Hieronder een kleine selectie:

Tot slot

Na een verloren eerste aanleg, een stevig hoger beroep en een lange zitting is de uitkomst helder: bij Temper is sprake van een uitzendovereenkomst. Temper-werkers zijn dus geen zelfstandige ondernemers, maar uitzendkrachten. Dat is goed nieuws voor de werkers om wie deze zaak uiteindelijk draait, en een belangrijke stap in de bredere strijd tegen schijnzelfstandigheid. Vragen over schijnzelfstandigheid? Neem dan gerust contact op met Michiel Vergouwen, Demi op den Velde of één van onze andere specialisten arbeidsrecht.

Bronnen:

 

De inhoud van deze blog is actueel op de datum van publicatie, maar het recht is voortdurend in beweging. Voor de meest recente juridische inzichten, neem gerust contact op met ons kantoor via [email protected] of 020 – 676 2500.

Deel deze blog: