Een zieke magazijnmedewerker die tijdens een dorpsfeest achter de bar staat. Voor veel werkgevers voelt dat als een rode vlag. Toch blijkt uit een recente uitspraak dat nevenwerkzaamheden tijdens ziekte niet automatisch een ontslag op staande voet rechtvaardigen. Sterker nog, in deze zaak kostte een overhaaste beslissing de werkgever bijna € 19.000.
Ziek en toch aan het werk
De werknemer was sinds 2020 in dienst als magazijnmedewerker bij een bouwmaterialenbedrijf. Vanaf maart 2025 was hij arbeidsongeschikt. Enkele maanden later begon hij met zijn re-integratie.
In juli 2025 zag de werkgever dat de werknemer tijdens de Visserijdagen achter de bar stond bij een café-restaurant. Volgens de werknemer ging het om een eenmalige vriendendienst. Hij had wat lege glazen opgehaald en een paar biertjes getapt, zonder daarvoor betaald te krijgen.
De werkgever vond dat onacceptabel. Als de werknemer niet genoeg energie had voor zijn eigen werk, hoe kon hij dan wel in een café helpen? In de procedure werd zelfs gesproken van “diefstal van energie”.
Daarnaast verwees de werkgever naar de arbeidsvoorwaarden. Daarin stond dat een werknemer tijdens ziekte geen arbeid mocht verrichten, tenzij dit in het belang van zijn gezondheid was voorgeschreven of daarvoor toestemming was gegeven door de arbodienst.
Niet de werkgever, maar de bedrijfsarts
De kantonrechter maakte duidelijk dat nevenwerkzaamheden tijdens ziekte niet per definitie strijdig zijn met arbeidsongeschiktheid. Doorslaggevend is of de betreffende activiteiten het herstel of de re-integratie daadwerkelijk belemmeren.
Juist daar ging het volgens de rechter mis. De werknemer kampte met energetische klachten. Partijen verschilden van mening over de vraag of het helpen in het café belastend was of juist ontspannend bood. Volgens de kantonrechter is dat geen beoordeling die een werkgever zelf kan maken. Dit is in de kern een medische vraag. De werkgever had daarom eerst de bedrijfsarts moeten raadplegen voordat hij zelf conclusies trok over de belastbaarheid van de werknemer.
Ontslag op staande voet blijft uiterste middel
De kantonrechter begreep dat de werkgever verontwaardigd was. Ook was voorstelbaar dat collega’s vraagtekens plaatsen bij de ziekmelding van de werknemer. Maar dat is nog niet genoeg voor ontslag op staande voet. Zelfs als de werknemer zijn re-integratie had belemmerd, had de werkgever eerst een minder zware maatregel moeten overwegen. Denk aan een waarschuwing of loonstop.
Verder woog mee dat het ging om een eenmalige gebeurtenis, dat de werknemer geen concurrerende werkzaamheden verrichtte en dat hij niet betaald kreeg. Het ontslag op staande voet hield daarom geen stand.
Tot slot
Nevenwerkzaamheden tijdens ziekte leiden regelmatig tot frustratie en wantrouwen. Dat is begrijpelijk. Maar schijn bedriegt soms. Wat voor een werkgever voelt als misbruik van ziekteverlof, hoeft juridisch geen dringende reden voor ontslag op te leveren. Een werknemer moet meewerken aan re-integratie en mag zijn herstel niet belemmeren. Maar werkgevers moeten zorgvuldig handelen. Een zorgvuldig onderzoek, een beoordeling door de bedrijfsarts en een afweging van minder vergaande maatregelen kunnen procedures en kosten voorkomen. Vragen over nevenwerkzaamheden? Neem dan gerust contact op met Charlotte Koopman of één van onze andere specialisten.
Bronnen:
Rechtbank Rotterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:RROT:2026:1833
De inhoud van deze blog is actueel op de datum van publicatie, maar het recht is voortdurend in beweging. Voor de meest recente juridische inzichten, neem gerust contact op met ons kantoor via [email protected] of 020 – 676 2500.
